|
De Harense schoonheid
Het leek wel of ATC’75 een tweejaarlijks abonnement had afgesloten met een sneeuwleverancier.
Vorig jaar waren lieslaarzen niet afdoende tegen de meterhoge sneeuwhopen in het Noordlaarderbos
en dit jaar zagen de aspirant deelnemers van de Harense halve marathon op 11 maart weer sneeuw dwarrelen,
toen ze de gordijnen opentrokken. Menig hoofd brak over de vraag of het nu wel of niet naar Haren zou
vertrekken. Een enkeling pleegde een telefoontje. “Gaat de halve marathon van Haren wél door?
Het sneeuwt hier!” Ja, hier en daar, maar in Haren viel toch zeker niet de minste sneeuw.
De vele auto’s die hun weg kozen richting sporthal Scharlakenhof hadden te maken met papperige en gladde
wegen. Of dat nu de reden was, dat het pas een half uur vóór aanvang van de wedstrijd zwart zag van de
mensen, is de vraag. Vooral voor de inschrijftafels van de trimlopers en van lopers die nog geen vaste
startnummer hadden ontvangen, stonden de deelnemers in lange rijen – geduldig, dat wel – te wachten op
hun startnummers. Hun geduld werd beloond, want de late opkomst van de lopers was reden voor de organisatie
om de start met een kwartier uit te stellen. Maar of je nou zo blij moet zijn met deze beloning.
Er moet heel wat stress zijn ontstaan bij deze mensen, want a) hoe later men komt, hoe verder weg de auto
moet worden geparkeerd en b) de kans dat de loop begint, terwijl nog niet alle deelnemers aanwezig zijn,
is natuurlijk levensgroot aanwezig. Wat dat betreft hadden de vroege vogels het goed bekeken. Ontspannen
“trokken zij hun baantjes” in de aanloop naar de wedstrijd. Ontspannen? Ik zag heel wat lopers, die toch
maar kozen voor het laatst mogelijke moment van vertrek naar Felland. Het was immers guur en koud buiten.
In de kantine van de sporthal bleven dan ook opvallend veel lopers hangen.
Maar uiteindelijk trokken ze in een lange lint langs het spoor naar de overweg, staken die over en
verzamelden zich bij Harm Noor, die enthousiast wist te vertellen dat zich bijna 1000 lopers hadden
ingeschreven. Voor de halve marathon, de 12,3 kilometer en de 5000 meter. Een absoluut record.
De opkomst heeft geen moment geleden onder de afgelasting van vorig jaar. Kennelijk blijven de
herinneringen aan de mooie, maar ook koude loop van twee jaar geleden nog lang hangen bij de mensen.
En leveren ze enthousiaste verhalen aan nieuwe lopers.
Marti ten Kate bijvoorbeeld is ook enthousiast gemaakt voor de halve marathon van Haren.
Terloops vroeg hij naar het parcoursrecord. Mocht hij daaraan gedacht hebben, dan heeft ie dat
waarschijnlijk onmiddellijk overboord gezet, want de geruchten over gladde wegen in het Noordlaarderbos en
vooral in de Tynaarloose Vijftig Bunder sijpelden door en dergelijke verhalen zijn niet bemoedigend voor
een recordpoging. Ik heb dan ook na afloop niet veel glunderende PR-gezichten gezien. Leuk, dat Marti er was.
Ook Timothy Karanu liet zich zien, evenals Harm Jan Martens uit Hoogeveen. Verder waren de
circuit- coryfeeën van vorig jaar aanwezig: Jan Venhuizen en Jacob Vos. Albert van der Ziel ontbrak op het
appel.
Maar even belangrijk waren al die andere mensen, die de prachtige halve marathon van Haren verkozen
boven andere wedstrijden in de buurt. Ze lieten zich niet door een beetje sneeuw uit het (sneeuw)veld slaan.
Ze stonden er, gehuld in hemden met lange mouw, lange tights en handschoenen. Een enkeling zag het zonnig in
en verscheen in korte broek.
Het moet een mooi gezicht zijn geweest, die startende en langstrekkende meute. Ik was ook een van de
deelnemers. Een half uur voor de start twijfelde ik nog steeds of deze loop wel aan mij was besteed.
Zou ik wel het risico moeten nemen van bijvoorbeeld een val, terwijl de medici mij waarschuwden om toch
zeker niet aan “kampioenschappen” mee te doen. Maar ontspannen meelopen kan ook, dacht ik. De adrenaline
deed de rest. Ik spelde mijn startnummer op, knoopte de chip aan mijn veter en liep in de vaart der
volkeren mee naar de startplaats. En achteraf bezien heb ik er geen spijt van. Genoten van het fraaie witte
landschap. Genoten van het geluid en de cadans van de hollende mensen om me heen. Genoten van de zon,
die de lopers voortdurend in het gezicht en in de nek scheen. Maar ook genoten van de licht dwarrelende sneeuw
in Onnen. Er is van zoveel zaken in de hardloopsport te genieten. Is het zo gek dat er steeds meer lopers op de
evenementen afkomen? Zeker niet, deze mensen hebben allemaal begrepen dat het hardlopen een gezonde en
vreugdevolle bezigheid is. En de deelname aan zo’n wedstrijdje in het algemeen en aan een loop van het
Meeùs-loopcircuit in het bijzonder versterkt het samenbindende element in de hardloopsport, dat in de aard
een individuele sport is.
En we hebben allemaal kunnen zien, hoe mooi de halve marathon van Haren was. Ook zwaar natuurlijk,
met die gladde ondergrond in de Vijftig Bunder en het tweede gedeelte van het Noordlaarderbos.
Maar niemand die daarover klaagde. Dat zou ook niet fair geweest zijn, want de gemeente Haren, zo had
Joost Hammingh van de organisatie mij bezworen, had zijn best gedaan om het parcours sneeuwvrij te maken.
De zon deed de rest. En de organisatie had bijna alle ATC’ers gemobiliseerd om deze loop tot een succes
te maken. Ze slaagde glansrijk.
De ouverture van het Meeùs-loopcircuit was dus weer opperbest. Een mooi begin, met ook dank aan het
enthousiaste team van hoofdsponsor Meeùs, onder leiding van Dwight Waas. Steeds meer medewerkers van
Meeùs trekken de hardloopschoenen aan!
En Peter de Vries kon laten zien hoe mooi de nieuwe backdrop er uitzag.
De panelen achter het podium waren door hem op vakkundige manier beletterd met reclamestickers
van de sponsoren.
Ja, het wordt nog wel wat met het Meeùs-loopcircuit! Maar we gaan voorlopig nog maar even
nagenieten van die hele mooie halve marathon van Haren.
Peter Modderman
|